.

GANZEN

Paula Modersohn Becker
Struikelrover en Zn. zitten samen in de trein.
Zn. prutst aan de veter van zijn gymp, Stuikelrover kijkt wat naar buiten.
'Hee,' zegt hij, 'op de heenweg zag ik al die ganzen helemaal niet. Het stikt ervan.'
'Op de heenweg hadden we nog mappen vol papieren bij ons. Zegt Zn.. 'Papieren en cijfers dat het je duizelt.'
'Nu zijn we ontduizelt.' Zegt Struikelrover.
'Dat heeft die meneer die weet van cijfers en aanverwanten dan toch maar mooi voor elkaar.'
'Ja,' zegt Zn., 'Normaal stoppen we altijd onze vingers in onze oren en roepen heel hard: 'RABARBERRABARBERRABARBER', Maar nu hoorden we wat hij zei en eigenlijk was het helegaar zo ingewikkeld niet.'
'En we luisterden ook nog!' lacht Struikelrover.
'En we kregen geen rode vlekken en onder tafel kropen we ook al niet' roept Zn..
'Hoera!' roept Struikelrover uitgelaten.
'Daldee!' roept Zn.. 'Wij zijn een grote meid.'
'Toch houd ik meer van ganzen dan van cijfers en papieren.' zegt Struikelrover.
'Oh zo.'

VLIEGEREN

'Hoeeei!' roept Struikelrover. 'Het gaat als een dolle!'
Zn. houdt de touwen stevig vast. Struikelrover vliegt hoog boven hem in de lucht.
'Ik ben een vlieger! zie je het Zn., ik ben een vlieger!'
'Ga je niet te hoog?' roept Zn. de lucht in. Zijn geroep verdwijnt in de wind. Hij geeft een rukje aan het touw.
'Niet te hoog!'gilt hij nog een keer.'Niet dat je wegvliegt!'
Struikelrover lijkt zich nergens zorgen over te maken. 'Jij houdt me toch vast?' Roept hij, zijn armen wapperend in de wind.
'Ja, hallo!' roept Zn. 'Je moet ook nog iets met eigen benen.'
'Ja!' Roept Struikelrover terug.'Fiks wapperen! het is heerlijk! en ik stort heus niet zomaar van je een, twee, drie ter aarde hoor, en zo wel, dan vang jij me toch op?'
Zn. schrijft met zijn voet zijn naam in het zand.
'Ja, dat is dan ook wel weer zo.' mompelt hij.
'Samen vliegen en samen neerstorten en oprapen,' roept Struikelrover van hoog uit de lucht.
'Zo is het maar net.' zegt Zn. en laat de touwen vieren.

KOFFERS

Moshe Mikanovsky
'Wat ben je allemaal aan het doen?'
Roept Zn. van onder aan de trap. 'Het raast hier nogal. Je bent toch niet weer aan het vallen hè?'
'Nee hoor,' roept Struikelrover omlaag. 'Recht overeind. Twee poten. Niks niet aan de hand!'
'Maar wat rommel je dan?' roept Zn.. 'Koffers!' roept Struikelrover terug.' Ik stop ze vol met, eeh, nou ja, ik stop er rust in. koffers vol rustigheid en kalmte. En ruimte ook!'

Struikelrover komt de kamer in gebanjerd. In zijn armen bergen koffers.
'Ga je op reis?' vraagt Zn., ietwat beduusd van de enorme stapel voor zijn neus. Met groot geraas laat Struikelrover de koffers uit zijn armen donderen. 'Sorry,' zegt hij. 'Ik hield het even niet meer, maar ik sta nog!' zegt hij trots.'En dat op zich is een prestatie te noemen.'
'Je gaat dus op reis.' zegt Zn.. 'Zonder mij.' Hij klinkt een beetje nuffig. 
'Nee joh!'zegt Struikelrover. 'Dat riep ik toch. Ik stop er rustigheid en kalmte in en ruimte en tijd, en dan stuur ik ze op.' Hij kijkt er erg tevreden bij. 
'Ik kan je doorgaans prima volgen Struik,' zegt Zn., 'maar nu sta ik met lege handen, houd ik niet zo van.'
'ik stuur ze,'zegt Struikelrover zachtjes, 'naar de man die van mij en zee....'
'Och Struik,' zegt Zn.'terwijl hij Struikelrover over zijn been aait, 'denk je dat het helpen zal?
'Ik kan het hopen toch?' zegt Struikelrover stilletjes. 'Me zorgen maken heeft geen zin, dat heeft hij zelf gezegd.' Hij kijkt uit het raam, een klein lachje komt om zijn lippen. 'Ik wil gewoon graag dat het goed met hem gaat, voor hem, voor de man die zo van mij en zee houdt.' 
'En dus stuur jij hem koffers, koffers vol met rustigheid.' Zegt Zn.. 
'Ja,' zegt Struikelrover.
'En je hoopt dat dat hem helpt.' 
'Ja,' zegt Struikelrover. 'En misschien dat het, dat het ook mij een beetje helpen kan.'
'Struik,' zegt Zn., 'Zul je jezelf dan ook een koffer sturen? een koffer met dingen voor jou? Een koffer met veldboeketjes en letters en wolletjes, een fiks stuk rood vlees en een lied?'
Struikelrover lacht. 'Ja,'zegt hij, 'dat wil ik wel.'
'Goed zo.' Zegt Zn. tevreden. 'Thee?'
'Ja, zo,' zegt Struikelrover, 'Eerst even die koffers op de post.'
'Wel genoeg postzegels hè,'zegt Zn.. 
'Precies genoeg.' Zegt Struikelrover. 'Precies genoeg.'

HUT

Gerda Smit
'Ik wil onder de tafel...' Zegt Struikelrover een beetje bibberig.
'Met een lap eroverheen, de gezelligste die we hebben en dan neem ik alle kussens mee en dan heb ik een hut.' Zijn stem trilt een beetje.
'Is het weer zover?' vraagt Zn..
Struikelrover knikt.
'Ik wil onder de tafel en niemand mag er komen. hooguit een hondje. En dat die dan tegen me aan ligt en af en toe fiks zuchten moet. De kussens gaan mee, de fijnste boeken, een stuk oude kaas en, nou, dan ben ik er wel.'
'Is het zo ruk?' vraagt Zn..
Struikelrover kijkt uit het raam en probeert iets te zeggen. Het komt raar en rasperig uit zijn mond.
'Ja, ruk, dat is het.'
'Toe maar dan,' zegt Zn. en aait Struikelrover even over zijn hoofd.
'Maar wel voor donker thuis.'
Struikelrover lacht, een beetje, met een rare raspkeel, maar lachen doet ie.

MARMITE

Pim Schots
'De man die naar Marmite ruikt heeft een huis als een hut. Een huis waar je je kunt verstoppen, maar je kunt er ook uitkijken over, nou ja, over maar net waar je naar kijken wilt.' Zegt Struikelrover.
'Hij maakt er verhalen, net als ik maar dan met een fototoestel.
In de nacht praatten we over auto's en over hoe dat af en toe toch moet, verhalen maken.
We rookten stompjes uit de asbak.
En in de ochtend roosterde hij een boterham en besmeerde die met Marmite.'
'Aah,' zegt Zn. dan zit je bij jou aan het goede adres.'
Struikelrover grinnikt en laat een spruitje in de pan met water vallen.

"Je vindt hem aardig he?' zegt Zn..
'Ja,'zegt Struikelrover, heel aardig. Het was een ontmoeting die je het liefst zou willen roosteren en dan besmeren met fiks Marmite.'
Zn. lacht.
'Weet je wat zo prettig is aan de man die naar Marmite ruikt?' zegt Struikelrover.
'Nou? vertel op,' zegt Zn.
'Er hoeft niets, en dat hij eigenlijk ook een soort Struikelrover is.'
'Dat moet inderdaad verdomde prettig wezen,' Zegt Zn..
'En nu gaan we spruitjes eten.'


SOEP

Ingrid Godon
'Het water staat hem aan de lippen.' zegt Struikelrover.
Zn. springt op. 'Maar dan moet er gered!' roept hij, 'Met emmers en dweilen en doekjes en soep!' Hij begint als een bezetene keukenkastjes open te trekken. Een vergeten schuurspons vliegt door de lucht, de gootsteenontstopper komt de kamer in gerateld.
'Geen tijd te verliezen Struikelrover, alle trossen los!'
Zn. is er nogal druk mee.
'Kippensoep! roept hij, er moet kippensoep! dat helpt altijd!'
Struikelrover blijft zitten waar hij zit en peutert aan een mandarijn.
'Wat zit je daar nu nog met je schilletjes!' Gilt Zn. met een uithaal waar de buren van schrikken. 'Geen tijd te verliezen! Emmers! Dweilen! Doekjes! Soep!'
Struikelrover verroert geen vin.
'Nee,' zegt hij.
'Nee?' vraagt Zn. hij laat zich langzaam op een stoel zakken, de emmer slapjes in zijn hand.
'Nee.' Zegt Struikelrover.
'De man die zo van zee en mij houdt doet het zelf, dat met het water en die lippen. Dat gaat niet anders.
'Maar...' begint Zn..
'Nee.'zegt Struikelrover beslist. 'Soms moet er geen soep.'
'Geen soep?' roept Zn. verbaast uit.
'Soms helpt geen soep beter, soms moet het met alleen en wind en zee en vliegeren.'
'Oh,' zegt Zn. kleintjes. 'en komt er dan later wel weer soep?'
'Wie weet,' zegt Struikelrover terwijl hij met zijn vinger een krul in Zn.'s haren draait.
'Mannen die zo van zee en jou houden, houden doorgaans ook van soep.' zegt Zn..
Struikerover lacht. 'Wie weet.'

HONDEN

Sergei Balenok
'Alles kriebelt, niks zit lekker en mijn kop zit vol dikke mist. ik zie geen zier!' roept Struikelrover en hij trapt woest met zijn voeten in het rond.
'Honden!' brult hij en weer trapt hij woedend in het wilde weg. 
'Honden?' zegt Zn. verbaast terwijl hij door de kamer springt om de voeten van Struikelrover te ontwijken. 
'Wat voor honden?'
'Woeste honden, grommende honden met het kwijl uit hun bek en bloeddoorlopen ogen. 
valse krengen, gemene rotzakken. die hun lip optrekken ' spuugt Struikelrover de kamer in. 
'Wat is daar mee?' vraagt Zn. 
'Helemaal niks!' brult Struikelrover. 'begin jij nu ook al!'
'Oh, van zulks.' zegt Zn. droogjes.



OP

'Zeg Zn.?' vraagt Struikelrover,
'zijn wij soms op?'
Zn. bijt net een draad door met zijn tanden. 'Op? Hoe bedoel je, op?'
'Op, zoals een fles limonade dat kan zijn, of een zak chips. Op, opperdepop uit met de pret.'

Daar moet Zn. over nadenken, deze vraag had hij even niet zien aankomen. hij had meer iets verwacht als: Wil je ook thee, of, heb je ook zo'n zin in een boterham met kaas.
Zn. denkt, Struikelrover prutst wat met papier en een schaar.

'Ik weet niet of ik helemaal begrijp wat je bedoelt,' zegt Zn. na een tijdje.
'Nou,' zegt Struikelrover, 'het is een beetje zo, namelijk, wat ik eigenlijk bedoel, het is net alsof je op vakantie bent en een kaart wilt sturen over hoe leuk het is en hoe mooi en dat je de haringen was vergeten. Maar als je dan op een terrasje zit met een vers gebrachte Orangina voor je neus dan komt er niets. Zoiets.'
'Oh.' zegt Zn..
'Ik vind ons zo stilletjes.' Zegt Struikelrover. 'Al een maand of wat.'
Zn. zwijgt.
'Opperdepopperdepop...' mompelt Struikelrover voor zich uit.
'Nietes.'Zegt Zn.. 'Ik vind ons verre van op. Okay, het klotst misschien niet over de rand, maar op, dat vind ik iets heel anders. Op is leeg en geen zin meer, Op is klaar ermee en dag en welbedankt voor de moeite hoor. Wij doen van alles, vorige week waren we nog truckchauffeur en erkende verhuizers en vandaag waren we fietsenmaker. Ik vind ons niet op,en ik vind jou een druiloor.'
Zn. krijgt er rode wangen van en Struikelrover de hik.
'Misschien bedoelde ik het anders.' hikt Struikelrover.
'Misschien bedoelde ik: 'Zullen we weer eens?'
'He ja!' roept Zn. iets te hard. 'Daar heb ik zin in.'