.

DWARRELEN

Isidro Ferrer
'Het komt met bakken naar beneden!' brult Struikelrover.
'Zegt u dat!' Roept Zn. 'Emmers!'
'Jammer dat ze dat niet 's nachts doen.' zegt Struikelrover en klimt met stramme knieën weer naast Zn. in bed. 's Nachts vind ik het gezellig, nu vind ik er geen bal aan.'
'Hoe weet je dat nou?' zegt Zn., ' 's nachts slaap je.'
'Ik slaap nie....oh ja,' zegt Struikelrover verbaasd, 'dat doe ik tegenwoordig, das waar ook.' Hij nestelt zich tevreden in de lakens.
'Nou en of je slaapt, ik zie het gebeuren. Eerst lig je op je rug, met zeerob geluiden naar hartenlust en dan kijk je steeds tevredener en dan gaat je gezicht hangen, kijk zo...' Zn. laat zijn wangen hangen en tracht uit alle macht een tevreden zeerob na te doen. 'En dan val je in slaap en dan, nou ja, dan klink je eigenlijk ook als een zeerob.'
'Dan dwarrel ik naar de diepte.' Zegt Struikelrover met een brede grijns op zijn hoofd. 'Zo heet dat denk ik.'
Struikelrover sluit zijn ogen en trekt de deken nog eens goed over zich heen.
'Zeg Zn.,' begint hij aarzelend, 'dat dwarrelen, zou dat ook overdag kunnen?'
Daar moet Zn. even over nadenken. 'Hm.' zegt hij dan ook.
'Hm, ik denk het wel, maar ik denk dat je het dan niet naar de diepte moet doen. Dat schiet niet op, om maar te zwijgen over zoden aan de dijk.'
'Oh ja.' Zegt Struikelrover.
Allebei kijken ze bedachtzaam naar het plafond.
'Het zou wel fijn zijn.' Zegt Struikelrover, 'ik weet alleen niet zo goed hoe dat moet, dwarrelen zonder diepte. Ik bedoel, ik heb dat naar de diepte dwarrelen nog maar amper onder de knie, misschien is het wat te veel gevraagd.'
'Welnee!' roept Zn. en springt uit bed. 'Niks niet te veel gevraagd! Ik denk dat je het gewoon moet doen, niet te hard proberen, niet te veel over nadenken en dwarrelen met die hap.' Hij maakt er een merkwaardige sprong bij. 'Zie je wel, ik dwarrel, net zo makkelijk!'
Struikelrover vindt het wel wat en wil het ook eens proberen.
'Niet proberen Struik, gewoon doen en niet te veel je best.' Roept Zn..
'Niet altijd zo je best, dat dwarrelt niet lekker.'
Struikelrover gooit de dekens van zich af, maakt een reuzensprong de kamer in en dwarrelt.
Het is maar even, maar toch.
'Kijk Zn.! roept hij uitgelaten, 'ik dwarrel!'
En samen dwarrelen ze de dag in, niet de diepte.
Net zo makkelijk.

KAAS

Floris Claesz van Dijk
'Weet je Zn.,' zegt Struikelrover, 'soms heb ik er zomaar even tabak van. Dan loop ik de hele tijd maar zo mijn best te doen en dan op een ochtend is het gewoon even op.
Dan denk ik, podverdimme, opgesodemieterd, vandaag laat Struik de boel de boel en gaat hij met beide benen in de lucht uit zijn neus liggen eten.'
'Heb je zin in iets hartigs?' vraagt Zn. en staat al met de mosterd en een fiks blok kaas in de aanslag.
'Opgesodemieterd!' Roept Struikelrover.
'Nou ja,' zegt Zn., 'ik dacht...'
'Niet denken, 'roept Struikelrover, ' niet voor mij denken!' jij niet en ik ook niet. Gewoon even niet denken ja! Ik wil geen kaas!
Zn. weet even niet wat hij moet zeggen en peutert vertwijfeld aan een stukje kaaskorst.
'Stukje worst dan?' zegt hij uiteindelijk zachtjes. Struikelrover aankijken durft hij even niet.
'Poep!' brult Struikelrover.
Zn. laat van schrik de oude Leidse op de plavuizen vallen.
'Misschien moet je weer eens naar zee Struik.' Zegt Zn..
'Ja,' fluistert Struikelrover, naar zee, met de man die zo van mij en ...'
Hij heeft een beetje een bibber in zijn keel.
'Dat dacht ik al.' mompelt Zn. zacht.
'Doe mij maar een blokje kaas dan,'zegt Struikelrover. 'Je kunt hier per slot van rekening van de vloer eten.' Met zijn voet veegt hij wat iepenzaadjes aan de kant.
'Met mosterd? vraagt Zn..
'En worst.' zegt Struikelrover.
Zn. pakt een mes en raapt de oude Leidse van de vloer.
'En dan iets met een arm wellicht,' zegt hij. 'Dat ik die om je heen sla.'
'Fijn.'zegt Struikelrover. 'Kaas van de plavuizen en een arm, dat is fijn.'

NAAR ZEE

Jacob Maris
Het is donker. Struikelrover ligt te woelen in zijn bed. zijn been wil hollen, zijn arm wil wiebelen, maar zijn
hoofd wil slapen. En hijzelf eigenlijk ook.
Zn. slaapt als een otter. Zo af en toe komt er een piepje uit zijn neus of knort hij vergenoegd.
'Morgen,' fluistert Struikelrover in zijn slapende oor, 'morgen nemen we gewoon de trein en dan gaan we naar zee.' Struikelrover is uitermate tevreden met zijn plan. 'Dan kan mijn been hollen en mijn arm wiebelen, en dan laten we mij uit en kijken we samen naar de lucht en wat er zoal bloeit in de duinen.'
Zn. kreunt een beetje.
'Dat doen we.' zegt Struikelrover lodderig en kruipt dicht tegen Zn. aan.

Struikelrover loop voorop. Op zijn rug een rugzak met een dik boek erin en een warme trui.
'Een rugzak past je niet Struik,' zegt Zn.. 'Jij bent meer het dameshandtastype.'
'Dat zal,' zegt Struikelrover, 'maar vandaag lopen we in het beemd en doen we van de paden op de lanen in, dat gaat nu eenmaal stukken eenvoudiger met een rugzak dan met een dameshandtas, en dat weet jij best.'
Ze lopen eerst door het bos en dan door de duinen. Ze zien fluitekruid, anemonen en eindeloos veel viooltjes. 'Het is verschrikkelijk!' roept Zn. dramatisch. 'ik krijg hier brokken van, brokken in mijn keel en natte ogen. Struik, wat doe je me aan! Ik ben niet meer te houwen!'
Struikelrover lacht een beetje, 'emotioneel varkentje,' zegt hij, maar in zijn ooghoek glinstert het gevaarlijk.

'Dat was een gezegend end wandelen.' puft Struikelrover, zijn voeten in het zand.
'Straks eten we frieten met fiks mayonaise, wat jij?'
Zn. zegt niets.
Struikelrover doet er ook het zwijgen toe.
Ze kijken.
En zwijgen.

'Weet je Zn.?' zegt Struikelrover met schorre stem,
'Ik weet opeens waarom ik van zee houd.
Mijn hoofd stopt. Het hoeft niet patsboem alle kanten op.
Het is stil. Eindelijk is het stil.'
Zn. knikt.
Ze kijken en zwijgen.
En slaken een zucht. Een hele diepe.

SOLUTIE

'Zeg Struik,'zegt Zn., 'wat ben je stilletjes de laatste tijd.'
Struikelrover knikt. 'Ik contempleer.' Zegt hij gewichtig.
'Is dat met sporten?' Vraagt Zn..
Struikelrover lacht. 'Ben je mal! Je kent je goeie ouwe Struik toch langer dan vandaag.'
Dat kan Zn. niet ontkennen.
'Sinds 's mensenheugenis,' zegt hij dan ook.
'Contempleren, 's mensenheugenis, dat is geen lichte kost.' Mijmert Struikelrover.
'Geen kattendrek,' moet Zn. beamen.
'Keine katzendreck.'
Struikelrover zet zijn gewichtige gezicht weer op en kijkt ernstig in de verte.
Zn. peutert een stukje bandenplak van zijn duim.
'Solutie,' zegt hij.
'Er moet toch een solutie zijn. Ik bedoel,con-tem-ple-ren,  het klinkt zo onplezierig, zo vettig.
En dan bedoel ik vettig als in vette brillenglazen, dat je weinig zien kunt dus.'
'Omfloerst.' Zegt Struikelrover met gedragen stem.
'Dat vind ik best,' zegt Zn., 'maar waar het mij om gaat, ik vind het niet zo wat, al dat gecontempleer. Ik ben voor solutie.'
Struikelrover grinnikt.
'Ja dan kun je daar wel een beetje gaan zitten hinniken,' roept Zn., 'maar zo lollig is het allemaal niet. Jij spreekt van contempleren en omfloerst alsof het niets is! Dat baart zorgen Struik, dat baart grote zorgen!'
Struikelrover lacht nu echt. 'Er hoeft geen solutie Zn.,' zegt hij 'er is geen gat dat moet geplakt, ik bedoel, er is wel een gat en een gaatje her en der, maar dat van dat plakken, dat hoeft dus niet.'
Zn. kijkt nors en houdt zijn kaken op elkaar.
'Ik denk gewoon,' zegt Struikelrover. 'Ik doe de dingen rustigjes aan. Op zijn Struikelrovers, snap je?'
Zn. gromt.
'En dat stilletjes wordt vanzelf weer jubelen,' zegt Struikelrover. 'Heus...'
'Ok, zegt Zn. meesmuilend, 'maar toch ben ik voor solutie.'
'Soms is er geen solutie Zn., soms moet je gewoon maar zien, een beetje denken en af en toe een stukje fietsen. Er zit niets anders op.'
'Ik kan razend goed bandenplakken anders.' Zegt Zn. en houdt zijn duim in de lucht.
Struikelrover lacht. 'En of,' zegt hij. 'En of!'

GANZEN

Paula Modersohn Becker
Struikelrover en Zn. zitten samen in de trein.
Zn. prutst aan de veter van zijn gymp, Stuikelrover kijkt wat naar buiten.
'Hee,' zegt hij, 'op de heenweg zag ik al die ganzen helemaal niet. Het stikt ervan.'
'Op de heenweg hadden we nog mappen vol papieren bij ons. Zegt Zn.. 'Papieren en cijfers dat het je duizelt.'
'Nu zijn we ontduizelt.' Zegt Struikelrover.
'Dat heeft die meneer die weet van cijfers en aanverwanten dan toch maar mooi voor elkaar.'
'Ja,' zegt Zn., 'Normaal stoppen we altijd onze vingers in onze oren en roepen heel hard: 'RABARBERRABARBERRABARBER', Maar nu hoorden we wat hij zei en eigenlijk was het helegaar zo ingewikkeld niet.'
'En we luisterden ook nog!' lacht Struikelrover.
'En we kregen geen rode vlekken en onder tafel kropen we ook al niet' roept Zn..
'Hoera!' roept Struikelrover uitgelaten.
'Daldee!' roept Zn.. 'Wij zijn een grote meid.'
'Toch houd ik meer van ganzen dan van cijfers en papieren.' zegt Struikelrover.
'Oh zo.'

VLIEGEREN

'Hoeeei!' roept Struikelrover. 'Het gaat als een dolle!'
Zn. houdt de touwen stevig vast. Struikelrover vliegt hoog boven hem in de lucht.
'Ik ben een vlieger! zie je het Zn., ik ben een vlieger!'
'Ga je niet te hoog?' roept Zn. de lucht in. Zijn geroep verdwijnt in de wind. Hij geeft een rukje aan het touw.
'Niet te hoog!'gilt hij nog een keer.'Niet dat je wegvliegt!'
Struikelrover lijkt zich nergens zorgen over te maken. 'Jij houdt me toch vast?' Roept hij, zijn armen wapperend in de wind.
'Ja, hallo!' roept Zn. 'Je moet ook nog iets met eigen benen.'
'Ja!' Roept Struikelrover terug.'Fiks wapperen! het is heerlijk! en ik stort heus niet zomaar van je een, twee, drie ter aarde hoor, en zo wel, dan vang jij me toch op?'
Zn. schrijft met zijn voet zijn naam in het zand.
'Ja, dat is dan ook wel weer zo.' mompelt hij.
'Samen vliegen en samen neerstorten en oprapen,' roept Struikelrover van hoog uit de lucht.
'Zo is het maar net.' zegt Zn. en laat de touwen vieren.

KOFFERS

Moshe Mikanovsky
'Wat ben je allemaal aan het doen?'
Roept Zn. van onder aan de trap. 'Het raast hier nogal. Je bent toch niet weer aan het vallen hè?'
'Nee hoor,' roept Struikelrover omlaag. 'Recht overeind. Twee poten. Niks niet aan de hand!'
'Maar wat rommel je dan?' roept Zn.. 'Koffers!' roept Struikelrover terug.' Ik stop ze vol met, eeh, nou ja, ik stop er rust in. koffers vol rustigheid en kalmte. En ruimte ook!'

Struikelrover komt de kamer in gebanjerd. In zijn armen bergen koffers.
'Ga je op reis?' vraagt Zn., ietwat beduusd van de enorme stapel voor zijn neus. Met groot geraas laat Struikelrover de koffers uit zijn armen donderen. 'Sorry,' zegt hij. 'Ik hield het even niet meer, maar ik sta nog!' zegt hij trots.'En dat op zich is een prestatie te noemen.'
'Je gaat dus op reis.' zegt Zn.. 'Zonder mij.' Hij klinkt een beetje nuffig. 
'Nee joh!'zegt Struikelrover. 'Dat riep ik toch. Ik stop er rustigheid en kalmte in en ruimte en tijd, en dan stuur ik ze op.' Hij kijkt er erg tevreden bij. 
'Ik kan je doorgaans prima volgen Struik,' zegt Zn., 'maar nu sta ik met lege handen, houd ik niet zo van.'
'ik stuur ze,'zegt Struikelrover zachtjes, 'naar de man die van mij en zee....'
'Och Struik,' zegt Zn.'terwijl hij Struikelrover over zijn been aait, 'denk je dat het helpen zal?
'Ik kan het hopen toch?' zegt Struikelrover stilletjes. 'Me zorgen maken heeft geen zin, dat heeft hij zelf gezegd.' Hij kijkt uit het raam, een klein lachje komt om zijn lippen. 'Ik wil gewoon graag dat het goed met hem gaat, voor hem, voor de man die zo van mij en zee houdt.' 
'En dus stuur jij hem koffers, koffers vol met rustigheid.' Zegt Zn.. 
'Ja,' zegt Struikelrover.
'En je hoopt dat dat hem helpt.' 
'Ja,' zegt Struikelrover. 'En misschien dat het, dat het ook mij een beetje helpen kan.'
'Struik,' zegt Zn., 'Zul je jezelf dan ook een koffer sturen? een koffer met dingen voor jou? Een koffer met veldboeketjes en letters en wolletjes, een fiks stuk rood vlees en een lied?'
Struikelrover lacht. 'Ja,'zegt hij, 'dat wil ik wel.'
'Goed zo.' Zegt Zn. tevreden. 'Thee?'
'Ja, zo,' zegt Struikelrover, 'Eerst even die koffers op de post.'
'Wel genoeg postzegels hè,'zegt Zn.. 
'Precies genoeg.' Zegt Struikelrover. 'Precies genoeg.'

HUT

Gerda Smit
'Ik wil onder de tafel...' Zegt Struikelrover een beetje bibberig.
'Met een lap eroverheen, de gezelligste die we hebben en dan neem ik alle kussens mee en dan heb ik een hut.' Zijn stem trilt een beetje.
'Is het weer zover?' vraagt Zn..
Struikelrover knikt.
'Ik wil onder de tafel en niemand mag er komen. hooguit een hondje. En dat die dan tegen me aan ligt en af en toe fiks zuchten moet. De kussens gaan mee, de fijnste boeken, een stuk oude kaas en, nou, dan ben ik er wel.'
'Is het zo ruk?' vraagt Zn..
Struikelrover kijkt uit het raam en probeert iets te zeggen. Het komt raar en rasperig uit zijn mond.
'Ja, ruk, dat is het.'
'Toe maar dan,' zegt Zn. en aait Struikelrover even over zijn hoofd.
'Maar wel voor donker thuis.'
Struikelrover lacht, een beetje, met een rare raspkeel, maar lachen doet ie.